Turkse Koerden tussen strijd en ontwikkeling

Gerrit Steunebrink — By Rudaw on november 19, 2010 at 01:51

‘Hoelang bestaat de PKK nog?’ , vraag ik maar recht op de Koerdische man af in Oost-Turkije. ‘Zo lang er Koerden zijn, is er PKK’, krijg ik even rechttoe rechtaan weer terug. Ik vraag door: ‘Waartoe dienen die aanslagen van de PKK? Dit is een strijd die niemand kan winnen, de PKK niet en het Turkse leger niet!’ Dan wordt mij zachter en met verlegenheid toegefluisterd: ‘Deze strijd is voor niemand meer van voordeel.’ Dit tekent het dilemma van de Koerden. Enerzijds laat men de PKK niet vallen. Het zijn ‘onze jongens’, en iedere keer wanneer het Turkse leger ze bestookt, laait de sympathie op, maar waar ze nu nog goed voor zijn, dat weet bijna niemand meer.

Aan het Van meer

Oost-Turkije, door de daar wonende Koerden nu al vaak ‘Koerdistan’ genoemd, is in ontwikkeling sinds de gevangenname van PKK-leider Abdullah Öcalan in 1999. Kort daarna was ik in Hakkari, een stevig Koerdisch bolwerk aan de grens met Iran en ik merkte hoe het leven weer opleefde, hoe de mensen opgelucht adem haalden. ‘Vroeger was het leven hier om twee uur afgelopen’, zo zei me een chauffeur uit Tatvan, ‘want dan kwam de PKK de straat op’. Nu kan de ontwikkeling van de streek beginnen, zo hoorde je, want die heeft door de oorlog wel stil gelegen.

Die ontwikkeling blijkt uit de grote winkelcentra die zowel in grotere steden als Van en in kleinere als Tatvan verschijnen. Er wordt geïnvesteerd. Sommigen zeggen dat Turkse holdings nu hun portemonnee durven trekken, anderen dat de rijken van Oost-Turkije hun zwarte geld in die centra hebben gestoken. De mooie auto’s in de straten zouden volgens sommigen gefinancierd zijn met drugsgeld, verdiend op de weg van Iran naar Europa. Ook de PKK verdient daarmee geld.

Bruiloft in Tatvan

Maar de ontwikkeling is er en die wil men niet weer verliezen door een oplaaiende strijd. Daar komt bij dat veel Koerden de indruk hebben dat ze er zijn. Men kan bijna overal frank en vrij Koerdisch spreken, buitenlandse Koerdische tv-zenders ontvangen, zonder angst te moeten hebben voor politie of leger. Op een dorpsbruiloft verzeild geraakt, toont mij een van de feestvierders trots zijn fraaie, aan de voet van een berg gelegen dorp en zegt: ‘Dit is Koerdistan. En dan zeggen ze dat wij een bergvolk zijn!’ Die uitspraak zegt veel: ‘We zijn er! We zijn hier gesetteld en wel definitief.’

Van oudsher leefde een groot deel van de Koerden hoog in de bergen, vroeger als nomaden. De Turken noemden hen, om hun identiteit te ontkennen, Bergturken. Ze werden vervolgens als primitievelingen gezien. Door velen veracht, door sommigen welwillend, maar neerbuigend behandeld als nog op te voeden tot de ware, dat is voor een moderne Turk westerse beschaving.

Een Turkse geoloog in dienst van de regering, op onderzoek in Dogubeyazit, vindt het koffiehuis waarin we zitten, geheel ten onrechte, misschien niet schoon genoeg voor een Europese gast en presteert het de Koerdische eigenaar ongevraagd, netjes, maar belerend uit te leggen hoe en hoe vaak hij de tapijten in zijn zaak moet reinigen. Onmogelijk! We zijn geen bergvolk’, zei de man in het dorp. Dat betekent: ‘We zijn een ontwikkeld volk en we horen erbij.’ ‘We willen niet afscheiden, we willen meepraten!’ wordt er dan soms aan toegevoegd.

Dr. Gerrit Steunebrink

Dr. Gerrit Steunebrink is docent godsdienst- en cultuurfilosofie aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Hij is geïnteresseerd in Turkije in verband met multiculturaliteit, islam, christendom en moderniteit. Dit was het eerste deel van de vierdelige reisreportage genaamd ‘Koerden in ontwikkeling’, volgende week zal deel twee gepubliceerd worden.

Tags: , , , , , , , , , , , ,

1 Reactie

  1. Parwar100 zegt:

    Leuk dat een NEderlandse profesor gewoon naar Koerdistan gaat, zouden meer mensen moeten doen!

    Over

Laat een Reactie achter

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren.

Analytics Plugin created by Web Hosting